“De bouwsector heeft een enorm circulair potentieel”

De circulaire revolutie in de bouwwereld is begonnen! In deze complexe keten stellen pioniers nieuwe vragen over rolverdeling, businesskansen en meer. Tijdens Next Steps Live op 28 juni werden ze besproken – om samen verder te komen. Enkele take-aways!

“De bouwsector heeft enorme impact en een groot potentieel, hier liggen echt kansen,” vindt CIRCO-trainer Marien Korthorst. “De branche is in Nederland goed voor ongeveer 7% van het BNP, 40% van de gebruikte grondstoffen en 40% van het geproduceerde afval.” Een onderzoek van Dr2 New Economy dat binnenkort wordt gepubliceerd, laat zien dat alleen al in de Metropool Regio Amsterdam (MRA) jaarlijks meer dan 800 miljoen aan waarde vrijkomt uit de reststromen ‘bouw & sloop’ en ‘e-waste’. Aan mogelijkheden dus geen gebrek. Maar gemakkelijk is het niet: de bouwwereld is redelijk complex en de keten ziet er vaak ingewikkeld uit.

Doordat ze tientallen bouwbedrijven en architecten begeleidden bij het nemen van eerste of verdere stappen richting het circulaire ondernemen, ontwikkelden Marien en medetrainer Pieter van Os een uniek perspectief op de uitdagingen die de ondernemers tegenkomen. Marien: “Als je een bouwproces nauwkeurig in kaart brengt, kun je verschillende rollen onderscheiden: de opdrachtgever, de architect, de bouwer en de leverancier. En je krijgt ook inzicht in de acties die nodig zijn vanuit die rollen om circulariteit voor iedereen aantrekkelijk te maken.”

1. Opdrachtgever
Opdrachtgevers staan vaak open voor circulaire oplossingen, maar kunnen meer ambitie tonen, zo stellen Pieter en Marien. Als zij in een vroeg stadium ruimte bieden voor ketensamenwerking, geeft dit de markt de kans om met goede circulaire oplossingen te komen, zo leert de ervaring. Het is daarnaast belangrijk dat opdrachtgevers hun wensen neerleggen in prestatie-eisen en daarbij om garanties vragen. Ook zou elke opdrachtgever zich moeten afvragen of het nodig is om eigenaar te blijven van het gebouw, misschien zijn er wel slimmere oplossingen mogelijk.


Tekening: Chris van Dam

2. Architect
Voor de architect is ruimte ontstaan om een grotere rol dan voorheen te spelen in de circulaire economie. De gebruiksduur van het gebouw, levensduur van onderdelen en materialen en het mogelijk maken van hergebruik en herbestemming zijn belangrijke vraagstukken. Een architect kan:
– bouwheer zijn, die een deel van de rol en verantwoordelijkheid van de aannemer op zich neemt;
– coöperatieve design manager zijn, die opdrachtgever en leveranciers al in het ontwerpstadium met elkaar verbindt;
– exploitatiemanager zijn, die de eigenaar en gebruiker in de gebruiksfase begeleidt en het gebouw zo nodig aanpast;
– datamanager zijn, die alle informatie over het gebouw en de gebruikte materialen samenbrengt en beheert, vanaf de ontwikkeling tot de herbestemming, om zo hergebruik en waardebehoud te realiseren.

Peter Donkers van LIAG architecten en bouwadviseurs stelt de vraag hoe om te gaan met de achterlopende aanbestedingsregels: de rol van leveranciers wordt belangrijker en er komt meer nadruk te liggen op de gebruiksfase en op hergebruik. In gesprek met de rest blijkt dat er binnen de bestaande regels meer ruimte is dan inkopers in veel gevallen toepassen. Het kan helpen om het circulaire gesprek op managementniveau aan te gaan en vanuit het daar verkregen commitment te kijken wat er binnen een aanbesteding mogelijk is. Ook wordt er geëxperimenteerd met nieuwe vormen van coöperatief aanbesteden. Deze vormen maken het mogelijk om met een consortium van partijen circulaire oplossingen te ontwikkelen op basis van een eerste hoog-over aanbesteding.

3. Bouwer en leverancier
Er zijn veel innovatieve businessmodellen voor bouwers en leveranciers die aan de slag gaan met circulair ondernemen. Denk aan services zoals monitoring, onderhoud, aanpassing en terugkoop.
Maar in de praktijk is dit soms lastig. Stingo Huurdeman van gevelbranchevereniging VMRG vraagt zich af hoe hij de samenwerking met partners het beste kan organiseren als hij bijvoorbeeld eigenaar blijft van delen van een gebouw. Dit zorgt voor bijbehorende nieuwe verantwoordelijkheden. Je moet dan goed inzicht hebben in de risico’s. Hoe kun je dit financieren, welke prijs moet je vragen en wat is de waarde van het product aan het einde van het servicecontract? En kun je het risico delen door een Special Purpose Vehicle (SPV) op te richten?

Om businessmodellen op basis van refurbishment, pay-per-use en terugwinning te laten slagen, hebben leveranciers meer kennis nodig over de werking van hun producten, zeggen ook de CIRCO-trainers. Pieter: “Je kunt geen servicecontract aanbieden als je niet weet hoe jouw product zich precies gedraagt. Daarvoor moeten leveranciers dus feedbackloops gaan ontwikkelen.”

Een voorbeeld van een bedrijf dat innovatieve businessmodellen weet toe te passen is Brakel Atmos, leverancier van oplossingen op het gebied van daglichttoetreding, brandveiligheid en ventilatie. Jan Franken: “We zoeken steeds naar circulaire oplossingen die dichtbij de huidige praktijk staan en gaan dus heel pragmatisch te werk. Zo zijn we onbewust eigenlijk al heel bekwaam.” Niet iedereen is bereid om te investeren in circulariteit, zo is de ervaring van Jan. Maar door verschillende proposities te presenteren, waarin meer nadruk komt te liggen op het verhaal achter het product, kan hij wel architecten of opdrachtgevers meekrijgen.

Op 20 september 2018 vindt de volgende editie van Next Steps Live plaats, gericht op Kunststoffen. Kijk hier voor meer informatie en om je aan te melden. En wil je een keer meedoen met een CIRCO Track of Class? Kijk hier voor alle opties.